Co-schap Vrouw Moeder en kind
Een aantal beoogde leeruitkomsten van dit 10 weekse coschap zijn specifiek voor de specialismen gynaecologie/obstetrie en kindergeneeskunde maar een groot aantal ook meer generiek aansluitende bij het principe van programmatisch toetsen.
Aan deze leeruitkomsten wordt gewerkt tijdens zowel het werkplekleren alsook het terugkomdagonderwijs. Er is gepoogd om waar mogelijk het onderwijs context gebonden aan te bieden. Voor het werkplekleren is dit vanzelfsprekend het geval. Echter ook voor het onderwijs op de terugkomdagen is zoveel mogelijk gekozen om patiënten/ervaringen opgedaan op de werkplekken te gebruiken als uitgangspunt voor het onderwijs o.a. door het introduceren van een “patient journey”.
Het coschap is ingedeeld in 2 periodes van 5 weken werkplekleren waarbij elke coassistent start met 5 weken gynaecologie/obstetrie gevolgd door 5 weken kindergeneeskunde. Voor studenten welke het coschap parttime volgen wordt een aangepast schema opgesteld. Een beperkt aantal coassistenten volgen ook een korte stage klinische genetica.
De periodes van 5 weken beginnen elk met 2 introductiedagen, bevatten een terugkomdag in week 3 van het coschap en sluiten af met een terugkomdag op de laatste vrijdag. Daarnaast is er met ingang van de C2023 voor gekozen om 4 studiedagen in te voeren waarvan er 2 gepland worden in het onderdeel gynaecologie/verloskunde en 2 in het onderdeel kindergeneeskunde.
Een aantal onderdelen van het coschap worden hieronder verder toegelicht.
“Patient journey”
De student maakt aan het begin van zijn stage binnen de afdeling gynaecologie/obstetrie kennis met een zwangere en volgt deze mee poliklinisch op. Vervolgens wordt ernaar gestreefd om de partus bij te wonen en hieraan gekoppeld de pasgeborene te onderzoeken. De kraamvrouw en pasgeborene worden vervolgens indien opgenomen mee opgevolgd. Na ontslag vind er een huisbezoek plaats in het tweede gedeelte van het coschap waarbij het gezin “geïnterviewd” wordt. Aan de studenten wordt gevraagd om in deze keten specifiek aandacht te besteden aan: interprofessioneel samenwerken, doelmatigheid van de zorg en aandacht te hebben voor de context van het gezin. In het 2e deel van het coschap (stage kindergeneeskunde) vind er een onderwijssessie plaats door de HSR vakgroep waarin studenten in groepen reflecteren op de onderwerpen interprofessioneel samenwerken en doelmatigheid. Het doel is dat studenten na deze bijeenkomst in staat zijn om elementen te noemen die bijdragen aan een goede en functionele samenwerking en kennis hebben genomen van aspecten welke doelmatigheid van zorg bevorderen.
CORE plus/communicatie is kinderspel/mens achter de patiënt:
Door middel van een korte inleidende e-learning, praktijkervaring tijdens het werkplekleren en afsluitende CORE plus bijeenkomst wordt de student handvaten aangereikt om in contact te komen met de (minder) jarige patiënt om hier vervolgens op effectieve manier mee te communiceren en een onderzoek te verrichten.
Verder wordt ook de mens achter de patiënt onder de aandacht gebracht. Daartoe wordt verwacht om tijdens de stage op de kinderafdeling langs te gaan bij een kind en diens ouders en hiermee in gesprek te gaan waarbij de focus ligt op de beleving van ziekte, maar niet medisch inhoudelijk.
Werkcollege burn-out preventie in combinatie met themabijeenkomst intervisie:
In een werkcollege preventie van burn-out in combinatie met een themabijeenkomst intervisie wordt een samenhangende preventieve aanpak aangeboden om de veerkracht te verhogen binnen een veeleisend speelveld.
- Beoogde leeruitkomsten
- Terugkomdagprogramma
- Toetsplan
- Contactpersoon
- Arno Brouwers, centrale coschapcoordinator (vakgroep Kindergeneeskunde)
- J. Meex-van Neer, centrale coschapcoordinator (vakgroep Gynaecologie)
- Onderwijssecretariaat:
- E-mail: coschap.moederenkind@mumc.nl
- Telefoon: 043-3875239
- Overige informatie voor lokale coschapcoordinatoren