GEZP

Het programma van de master Geneeskunde bestaat naast de coschappen en het keuzeonderwijs uit twee participaties: een in de gezondheidszorg (GEZP) en een in de wetenschap (WESP).

De student doorloopt beide participaties en leert gedurende deze periode, onder supervisie van een GEZP/WESP-begeleider, te functioneren als een zelfstandige beroepsbeoefenaar. Beide stages duren 18 weken op de werkplek. Vanaf het masterspoor 2020 is voor de WESP een start- en eindweek toegevoegd, waardoor de totale duur van de WESP 20 weken wordt (startweek, 18 weken op de werkplek, eindweek). De WESP kan ingeroosterd worden in het masterspoor in jaar 1, 2 of 3 van het curriculum. De GEZP vindt altijd plaats in masterjaar 3 van het curriculum.

Een GEZP student oefent – in groeiende zelfstandigheid – met combinaties van kennis en vaardigheden van het toekomstige arts beroep. Voordat deze echter de dagelijkse arts praktijk kan uitoefenen is het nodig een periode te doorlopen waarin geleerd wordt variërende combinaties van deze kennis en vaardigheden toe te passen. Dit gebeurt tijdens de participatiestage. In vergelijking met de coassistent heeft de GEZP-student dus een grotere zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Dit moet in de GEZP uit het uitvoeren van consulten, het begeleiden van eigen patiënten, het voeren van gesprekken met patiënten en familie, en het doen van voorstellen t.a.v. diagnostiek en behandeling. Het leerproces van de student staat altijd centraal tijdens de participaties. Daarom is een intensieve begeleiding door de GEZP/WESP-begeleider noodzakelijk.

Tijdens de GEZP zijn er 3 terugkomdagen en 2 studiedagen.